GESCHIEDENIS VAN HET KARATE D

空手に先手なし。
"
Karate ni sente nashi"
"Er is geen eerste aanval in Karate!"

Kara Te Dõ is een budo discipline. Het is een onderdeel van het budo (overkoepelend begrip, dat meestal als krijgskunst wordt vertaald). Het woord 'kara' betekende aanvankelijk 'Chinees' en 'te' betekende 'handen'. Toen in 1922 het karate gepresenteerd moest worden aan de Japanse keizer, kon men om historische redenen het woord 'Chinees' niet gebruiken. De Chinezen en Japanners waren eeuwenlang aartsvijanden geweest. Het 'Kara Te Jutsu' (de techniek van de Chinese handen) werd veranderd in 'Kara Te D'. Door het andere teken te nemen, dat 'leeg' betekende en op dezelfde wijze werd uitgesproken en tevens het 'd' in te voeren, kreeg men een nieuw begrip. Niet alleen had 'leeg' de betekenis 'zonder wapens', het had ook een essentiele betekenis in de zen-training. Het meditatieve element en zodoende ook het vormende, kwam meer naar voren. 'D' is afgeleid van het Chinese woord 'tao' van de wijsgeer Lao-tse. Het woord kent vele vertalingen zoals: weg, pad, baan, lopen, gaan, natuur, wetmatigheid, wereldordening, zeden, deugd enz. In het karakter is een samenvoeging van Hoofd en gaan te vinden. De De 'd' toevoeging geeft de 'weg' aan, die men onder leiding van een leraar af moet leggen om te komen tot een 'veranderde mens'. Veelal wordt het do samengevat als de weg die tot lichamelijke en geestelijke zelfperfectie leidt. Karate D is van oorsprong een zelfverdedigingssysteem met een meditafief karakter. In de loop van de jaren heeft het zich ontwikkeld tot een veelzijdige vorm van lichaamlijke opvoeding, waar de volgenden aspecten te winden zijn: zelfverdediging, fysieke trainingswijze,  vormende activiteit, levensbeschouwing, bewegingsreactie en wedstrijdsport. De Shang Wu, die gegrondvest werd door Chang San Feng, benadrukte de kracht van Chi (ki in het Japans). Tai Chi, Hsing-i en Pakua zijn voorbeelden van scholen van deze stijl. De Shaolin-stijl, die Tao Lao-Tsu (Bodhudharma) als grondvester had, benadrukte de praktische toepassing van hand- en voettechnieken, zowel voor blokkeren als voor tegenaanvallen. Er waren harde-zachte technieken, korte en lange technieken. Het was met name de Shaolinstijl, die zijn invloed op de Rioekioe-eilanden (Okinawa) had. Als eerste grote en bekende moderne leraar moet Matsumura genoemd worden. Deze officier, in dienst van een koning van de Rioekioe, heeft zijn kennis overgedragen aan Azato en Itosu, die beiden hun kennis overdroegen aan Gichin Funakoshi. Zijn zoon Funakoshi Yoshitaka (Giko) heeft het karate (in de shotokan-stijl) verder ontwikkeld.

Gishin Funakoshi shihan
In 1922 werd Gichin Funakoshi, als president van de Okinawa Martial Arts Association, gevraagd door het ministerie van onderwijs en opvoeding het karate te introduceren in Japan. Opmerkelijk is dat de grondlegger van het judo, Kano Jigoro, hem toen gevraagd heeft de grondbeginselen van het karate bij te brengen. Vervolgens heeft karate d via de universiteiten een snelle vooruitgang geboekt, en na de tweede Wereldoorlog is het verder over de wereld verspreid. De geschiedenis van karate-d in Belgi van vr de jaren '60 is niet precies gekend. In de jaren '60 groepeerden de karatebeoefenaars in Belgi zich als een afdeling in de Judobond. In 1967 besloot deze afdeling beroep te doen op een Japanse lesgever, namelijk Satoshi  Miyazaki sensei. Miyazaki sensei, leerling van Masatoshi  Nakayama sensei, deed zijn intrede als hoofdinstrukteur voor Belgi. Hij was voortdurend bezig om ons, westerlingen, te laten inzien dat karate meer is dan een wedstrijdsport. Hij legde zware accenten op de mentale vorming en de levenshouding als karateka. Hoan Kusogi en Jigoro Kano moedigden Gichin Funakoshi regelmatig aan om karate in Japan te onderwijzen. Dat deed Funakoshi en als blijk van waardering zou Hoan Kusogi een ontwerp en een schildering maken voor een te schrijven boek van Funakoshi. Kusogi was tenslotte een beroemd kunstenaar en voorzitter van een kunstenaarsgilde. Zo ontstond, bij het eerste boek van de inmiddels wijd en zijd bekende Shotokan tijger. De basis achter de tijger is de uitdrukking "Tora No Maki" dat in de Japanse traditie het officiel geschreven document is vaan de kunst of systeem, welk gebruikt wordt als standaardwerk voor de bijzondere kunst. Er is echter een tweede verhaal over de herkomst van de tijger. Dat gaat over de wandelingen die Funakoshi als jonge man maakte door het naaldbomenbos rond zijn geboortestad Shuri. Na een zware dag trok Funakoshi vaak de beboste Tarao berg in om te mediteren. Daar vond hij dan de rust en inspiratie voor zijn dichtkunst. De Tarao berg dankt zijn naam aan de zeer smalle, zwaar beboste bergrug, die lijkt op een tijgerstaart. Bovendien is er gelijksoortig traditioneel Chinees ontwerp dat staat voor 'de tijger slaapt nooit'. Voor veel ingewijden symboliseert de Shotokan tijger de oplettende waakzaamheid van de wakkere tijger en de sereniteit van een vredige geest zoals Gichin Funakoshi die had op de Tarao berg.

 

*** ***