Antwerpse Seikukan-club al 20 jaar

succesrijke sportieve smeltkroes

01 aug 2013 | De Nieuwe Antwerpenaar (DNA.be)

Karate...? Zijn dat niet die stug kijkende Japanse mannetjes, die met blote vuist door een dozijn dakpannen slaan en met hun geharde kop dikke planken versplinteren ? Of schuilt er veel méér achter de geheimzinnige discipline, die “lege hand” betekent ? Tijd om te rade te gaan bij Seikukan, één van de meest florissante karateclubs in het Antwerpse.

Zondagvoormiddag, sportcomplex Center Court Borgerhout.  Zowat vijftig vrolijk joelende kinderen van 6 tot 12 jaar overspoelen de trappen naar de trainingszaal.  In hun hagelwitte karate-kimonootjes, opgesmukt met felkleurige gordels, lijken ze op een reclamestunt van één of ander waspoedermerk.  Of op de “united colors” van Benetton, want de mix gaat van Zweeds blond over Aziatisch tenger tot pikzwarte Afrikaanse krullenbol.  Een dik uur later komen de grote karate-mensen trainen.  En ook dan zie je de caleidoscoop van de wereld.  Een beleefde meneer met een keppeltje schudt bij aankomst ieders hand; een Arabische jongeman vertelt heel ernstig hoe hij de ramadan doorkomt en ondertussen schallen er onvervalste Antwerpse klanken door de kleedkamer. Die komen van gezellige stoere binken, die Japanse karakters op hun gespierde bast hebben laten tatoeëren.  Ne mens is gedreven of hij is het niet, hé...
foto jeugd

Kinderen en grote mensen ondergaan bij Seikukan dezelfde metamorfose eens ze de trainingszaal betreden.  De grote ruimte met spiegelwanden, waar vrouwen zich net voordien nog in het Zumba-zweet hebben gehuppeld, heet nu “dojo”.  En in deze haast gewijde ruimte komt jong-en-oud-Seikukan zich bekwamen in de nobele budo-krijgskunsten.  Sensei (het Japanse woord voor leermeester) Luc Meyers, stichter en hoofdlesgever-examinator van de club, schouwt zijn binnenstromende pupillen. Hij straalt een rustig gezag uit.  Er wordt geknield en de training begint met een meditatief moment.  Ogen sluiten, rustig ademhalen, geest leegmaken...  Wie wakker ligt van generatieconflicten of spanningsvelden in de multiculturele samenleving moet eens bij Seikukan komen kijken.  Lesgevers en leden buigen als één man naar mekaar. De staalkaart van de maatschappij is compleet: student, architect, poetsvrouw, jurist, schrijnwerker, journalist, leraar, apotheker, politieman, zelfstandige, ambtenaar...

DNA:
Wat betekent Seikukan precies en volgen jullie een bepaalde stijl?

Luc Meyers
: “Vrij vertaald komt Seikukan neer op “karateschool van de rechte weg”.  Wij onderrichten het traditionele shotokan-karate, waarbij de nadruk ligt op techniek en controle.  Onze club volgt de richtlijnen van de Japan Karate Association (JKA), de grootste mondiale karatefederatie, die in 180 landen waakt over de shotokan-stijl. De graad die je bij ons behaalt wordt wereldwijd erkend.  Seikukan is aangesloten bij de Vlaamse Karate Federatie en erkend door Bloso.”

DNA: Wie voor de eerste keer zo’n training ziet is meteen onder de indruk van het gedisciplineerde verloop.  Hebben jullie een mentale code?

Luc Meyers: “Karate stoelt inderdaad op vijf morele waarden: nederigheid, eerlijkheid, moed, hoffelijkheid en inzet. Het gaat niet om vechten-en-winnen maar om de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid.  Daarin schuilt een grote brok Zen-filosofie.”

DNA: Spierbundels zijn dus ondergeschikt?

Luc Meyers: “Het is natuurlijk mooi meegenomen als je ze hebt maar het mentale primeert.  Ik heb veel ongeduldige jonge krachtpatsertjes zien komen en gaan, die dachten op één, twee drie een zwarte gordel te kunnen bemachtigen.  Hun gebrek aan doorzettingsvermogen deed hen telkens de das om.  Rijpere mensen met levenservaring scoren vaak stukken beter.  Zij hebben de stap naar karate gezet en houden vol.  Het mooiste voorbeeld was een meneer  die op zijn 65ste bij ons kwam aankloppen.  Hij had al veel ervaring als schermer.  Maar ooit eens karate leren was een oude jongensdroom.  Of hij het eens mocht proberen...  Die man is nu zwarte gordel, eerste dan.  Hij traint nog altijd enthousiast en we hebben hem ondertussen in de bloemetjes gezet voor zijn tachtigste verjaardag !  Voorts heeft onze club het charter ondertekend van het ethisch verantwoord sporten.  Dat betekent dat wij ons engageren om iedereen, jong en oud, plus mensen met beperkingen welkom te heten en te begeleiden.  Dat door de overheid in het leven geroepen charter is voor ons in feite de bevestiging van de koers die we al jarenlang op eigen initiatief vaarden.”

DNA: Kan ik bij Seikukan een proefles volgen ?

Luc Meyers: “Absoluut, en niet ééntje maar drie !  Trek gewoon een T-shirt aan en een korte- of joggingbroek en kom naar de training.  Er zijn geen startdata voor absolute beginnelingen.  Je wordt vanaf de allereerste stap persoonlijk begeleid, in een groep die zich het karate-ABC  eigen maakt.  Ben je na drie proeflessen gebeten door de microbe, dan is het tijd om een karate-gi (kimono) aan te schaffen en je lidgeld te betalen.”

DNA:
Wie staat er voor de klas?

Luc Meyers: “Al onze lesgevers zijn vrijwilligers.  Zij hebben niet alleen de noodzakelijke technische bagage maar werden ook geselecteerd omwille van hun pedagogische kwaliteiten.  Simpeler gezegd: zij kunnen het zelf... én verstaan bovendien de kunst om hun kennis over te brengen.  Vier docenten zijn vierde Dan.  De jeugdtrainingen worden geleid door dezelfde instructeurs vergezeld met hulplesgevers tweede Dan en eerste kyu.”

DNA:
Karate is “a way of life”?

Luc Meyers: “Voor ons – puur praktisch – alleszins ! Seikukan draait al sinds 1993, dik 20 jaar.  We zijn op weg naar de 200 leden, van wie 60 procent volwassenen. Onze bakermat blijft de “dojo” van Center Court, in Borgerhout  maar we trainen nu ook in de splinternieuwe buurtsporthal op het Kiel.  Naast onze eigen clubagenda zijn er nog provinciale en federale trainingen.  Telkens een buitenkans om iets op te steken van de Japanse en andere grootmeesters.  Maar  de slotvraag was allicht filosofisch bedoeld.  En het antwoord is volmondig “ja”. De karateka traint zijn lichaam om geestelijk te groeien en een beter mens te worden. Dat is toch uitermate prachtig...”